
Een nieuwe analyse van het Koninklijk Actuarieel Genootschap (AG) toont aan dat de premie voor de voorgestelde verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor zelfstandigen lager kan uitvallen dan eerder geraamd door de overheid. De bevindingen kunnen gevolgen hebben voor de verdere beleidsvorming rond deze verzekering.
Analyse wijkt af van eerdere raming
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) ging bij eerdere plannen uit van een premie van 6,5% van het inkomen. Het Actuarieel Genootschap komt nu echter, op basis van gedetailleerde rekenmodellen, tot een lagere premie van 5,6% bij een wachttijd van één jaar. Bij een wachttijd van twee jaar daalt de verwachte premie zelfs tot 5,0%.
Strenge keuring en beperkte dekking
De lagere premie is onder andere te verklaren door de gekozen systematiek van keuring. Alleen zelfstandigen die niet meer in staat zijn om op maandbasis het wettelijk minimumloon te verdienen, komen in aanmerking voor een uitkering. De uitkering bedraagt 70% van het inkomen, tot aan het minimumloon. Door deze beperking is het verzekerde risico kleiner, en daarmee ook de premie.
Onderbouwing met actuariële modellen
Voor de berekeningen maakte het AG gebruik van een Markov-model, waarbij overgangen tussen werk, ziekte en herstel in kaart zijn gebracht. Daarnaast zijn data van onder meer het CBS, CPB en UWV gebruikt om tot een realistische inschatting te komen. De analyse biedt beleidsmakers en belanghebbenden nieuwe inzichten bij het vaststellen van de definitieve vorm van de verzekering.
Relevantie voor zzp’ers
Voor zelfstandigen die zich zorgen maken over betaalbaarheid van de verplichte verzekering is dit goed nieuws. Een lagere premie vergroot de kans op draagvlak binnen de doelgroep. Tegelijkertijd blijft de dekking beperkt, waardoor aanvullende verzekeringen mogelijk nodig blijven.
Gepubliceerd op 18 mei 2025 om 0:00 uur.